
Gemeente Hilversum werkt aan een klimaatbestendige stad, waarin regenwater zo veel mogelijk lokaal wordt vastgehouden en in de bodem infiltreert. Dit voorkomt wateroverlast bij hevige buien en zorgt voor voldoende water voor groen en natuur. Een belangrijke techniek die de gemeente hiervoor inzet, is de bergings- en infiltratiekelder. Momenteel worden twee grote ondergrondse kelders aangelegd: één aan het Melkpad en één bij de Kerkbrink.
Door de ligging op de Utrechtse Heuvelrug kent Hilversum grote hoogteverschillen. Bij extreme buien stroomt regenwater snel naar lagergelegen gebieden, zoals het centrum, waar het riool de piekbelasting niet altijd kan verwerken. Ook de ontvangende oppervlaktewateren hebben onvoldoende capaciteit tijdens klimaatbuien. Omdat de Hilversumse bodem grotendeels uit zand bestaat, is infiltratie van regenwater een effectieve oplossing.
Het gebruik van infiltratievoorzieningen is niet nieuw. Al in het begin van de 20e eeuw paste Dudok infiltratieputten toe bij woningbouw, en in oudere wijken liggen nog grote gemetselde putten die laten zien dat het principe al jaren goed werkt. Door de toename van extreme buien en langere droge perioden wordt dit steeds belangrijker.
De nieuwe kelder aan het Melkpad kan circa 800.000 liter regenwater opvangen. Via openingen in de wanden zakt het water gecontroleerd in de bodem. De werkzaamheden worden mede mogelijk gemaakt door de Impulsgelden die aan de AGV-regio zijn toegekend.